Cathédrale

Cathédrale

Cathédrale, het klimgebied in Sy, op loopafstand van de Tukhut, wat jarenlang gesloten was, is heropend. Reden voor drie Rivierenlanders om er heen te gaan

 

Cathédrale

Code rood, weeralarm. Men wordt geadviseerd binnen te blijven, het nationaal hitteplan is van kracht. Nu moet je zoiets niet tegen een klimmer zeggen. We zouden gaan: dus we gáán. Donderdagavond, 36 graden, ter hoogte van Mechelen schieten, wij Bart, Robert en ik simultaan in de lach. De ruitenwissers op topsnelheid, het regent hard. Nooit eerder vertrokken wij, met slechts een extra T-shirt mee, naar België. Zelfs ik was, tot verbijstering van de anderen, gehuld in een korte broek. En we reden onder nog enkele buien door. Op camping Sy was het droog en net voor de duisternis inviel en de tentjes stonden, klonk in de stilte een kenmerkend geluid, die korte kraak gevolgd door een zacht sissen. En dat drie keer. Proost.

Cathédrale. Eindelijk, dat ik het nog mag meemaken, het magische massief is heropend en gekuist. Ik heb er nog nooit geklommen. Hoeveel jaar is ze gesloten geweest en juist daarom verwordt zij tot een mythische rots. Een heilig doel, daar moet je geweest zijn, al is het eenmaal in je leven. De naam werkt daar uiteraard in hoge mate aan mee. Cathédrale, de hoogmis van de klimsport.

 We lopen langs de Tukhut, met alle luiken dicht, hermetisch. Beetje jammer toch, dat juist nu de hut verbouwd gaat worden, tot de ‘Herberg’. Tien minuten later staan we onder de magische rots. En doen meteen maar de langste route, ‘Theoreme’, 5- en 4+, 47 m., volgens het vergeelde topoboekje uit de vorige eeuw. Het is nu al warm, sterker nog, het is amper afgekoeld vannacht. Even later zitten we met z’n drieën bovenop, kicken, highfive! Hier waait een heel dun windje, in de diepte, zwart, de Ourthe en het is stil. Heel stil, wat een plek. We doen een serie kortere topropes en we zweten. ‘Baptisere’ en ‘Toteff’. Degene die niet klimt of zekert zoekt de schaduw en drinkt High Energydrink en water, veel water. De zon trekt zich terug achter een magere wolkensluier en het wordt nog warmer. Onze lijven glimmen van het zweet, de kleren nat alsof we gezwommen hebben. De setjes branden in de hand, en het touw, dat is gekookt. Ha, dit is de Cathédrale, we zijn er nu toch, doen ‘Extreme Onction’. Het zweet gutst tappelings langs den broekband. ‘Vieux Paul’, vanuit het schauwdriehoekje van de gekortwiekte wilg zie ik hoe Bart klimt. Een bijna vlakke plaat met een scheurtje hier en een gaatje daar. Hoe hij pijnlijk vingers en tenen verklemt. ‘Die doe ik maar even niet’, denk ik en toch, even later, met verrassend gemak zweef ik omhoog.

Lui op onze rug dobberend in het koele Ourthe water is het massief pas goed te bekijken en is de naam wel te begrijpen. Wat is dit lekker, noodzakelijk ook, code rood: ‘Zoek verkoeling’, het hitteplan. Mijn gezwollen voeten keren terug naar hun normale proporties. In een volmaakte stilte, drinken en lunchen we, opdrogend en nog meer drinkend in de zon die soms heel gemeen weer even doorkomt. ‘Paroi’, een mooie route, rechtdoor. Bart klimt voor, enkele passages waarvan ik later denk:
“Gekke vent…!”
en ook:
“Wat klimt dat eigenlijk lekker, zo in je zwembroek, heerlijk vrij en luchtig, waarom hebben ze me dat niet eerder verteld?”

Een zwembroek weliswaar volgens de huidige maatstaven, die Eega mij verplichtte aan te schaffen. Ik was nog van het principe, hoe minder stof, hoe bruiner. Het wordt nog warmer. ‘Voie Normale’ vind ik wat minder normaal, hangend uit balans aan grote blokken. Heeft iets weg van ‘Fissure Annie’, Hotton.Toch vlieg ik er doorheen. Opeens gaat het licht gaat uit bij mij, zo lijkt het, voel me een beetje raar. Boven de band kies ik voor de makkelijkere rand langs de schoorsteen. Weer beneden ben ik ietwat wankelig. Snel wat drinken. Bij het opstaan voor de laatste route wordt het even zwart, dizzy. Gelukkig is daar de Ourthe, ik zoek ‘Verkoeling’ en kijk, drijvend, intens tevreden naar de Cathédrale waar mijn vrienden nog een keer omhoog gaan.

Gerarddt